Vijfde Leerjaar

WO-thema’s & Projecten

 

Afbeelding1.jpg

Thema 9 : Planten en dieren om ons heen

Het laatste thema van dit schooljaar alweer. Hier trekken we letterlijk naar verschillende biotopen en onderzoeken welke dieren en planten er zich thuis voelen. Komen o.a. aan bod : de zee en het strand, de weide, het bos, … Ook bekijken we de indeling van het dierenrijk en leren we via allerlei determinatietabellen planten en dieren te herkennen en te benoemen.

 

 

 

ccf092_de96945ead94472b8f27290f4309edc8.jpg_srz_261_206_85_22_0.50_1.20_0.00_jpg_srz.jpg

 

Hier vind je de werkbundel die we in de klas gebruiken terug.

Afbeeldingsresultaat voor powerpoint logo

 

Hier vind je de presentatie die we in de klas aan het bord gebruiken terug.

fototoestel.gif

 

Hier vind je de foto’s van onze klasuitstap naar Het Zwin

opdracht.png

 

 

Leer meer over de lesonderwerpen door de foto’s die je hieronder terugvindt aan te klikken. Vervolgens vind je bij elk filmpje een invultekstje. Dit tekstje vind je eveneens terug in je werkbundel. Daar noteer je in de tekst het woord dat of de woorden die we zoeken.

Leuke opdracht ? Ik denk het wel. Veel surf-, klik- en leerplezier !

 

De gewervelde dieren

 

imagesCA13LH2S

 

 

Een koe kan wel …… tot …… liter melk per dag produceren. Koeien grazen …… tot …… uur per dag. Een koe in de wei eet per dag zo'n …… kilo gras.Dat gebeurt in vier verschillende magen: de ……………….., de ……………….., de …………………. en de ……………………. .

 

 

imagesCA83KTAS

 

 

Een visje als Nemo is ……. cm lang …… cm hoog en weegt ongeveer …… g

 

 

imagesCA48ZBH5

 

Kikkers leggen eitjes, deze heten we ……………………….. Het voelt glibberig aan omdat de eitjes beschermd worden door een ……………………., ………………… laag. De kikkereitjes doen er een paar dagen over om uit te groeien tot ……………………….. Langzamerhand krijgen ze pootjes. Na ongeveer ……………… maanden zijn het niet langer visjes maar …………………….., ze moeten nu boven water komen om te ademen.

 

imagesCA12VK6M

 

 

 

Adders leven vooral van …………………. Bliksemsnel slaat hij toe maar laat de prooi daarna weer los. Een bijtende adder prikt zijn ………………………………….. in de prooi. Slangengif uit zakjes achter de tanden stroomt door een tand in de prooi. De slang ……………………..…… het spoor van de gebeten muis. Met zijn ……………… neemt hij kleine beetjes muizengeur op en brengt die in de bek. Een slangenbek kan heel ver uitrekken. Slangen kauwen hun eten niet. Ze bijten hun prooi ook niet in kleine stukjes voor ze die in ιιn keer inslikken.

 

imagesCAOZ9XE3

Deze boom is een jeneverbes en er woont een merel in. Al in ……………… legt het vrouwtje haar eieren. En nog eerder in het jaar kunnen we het mannetje horen zingen. De jonkies zijn nog ………………………. . De jonkies hebben enorm veel eten nodig om te groeien. Een van de ouders moet steeds op zoek naar wormen, terwijl de ander met zijn lijf de jongen warm houdt. Nog even en de jonge merels verlaten de jeneverbes. Merels kunnen in ιιn zomer ……………. of zelfs ……………… nesten krijgen. En in de herfst vliegen de meeste merels naar …………………… om te overwinteren.

 

 

De ongewervelde dieren

 

imagesCAIZ4DR3

 

 

 

Pantoffeldiertjes horen bij de eencellige dieren, dus elk diertje bestaat maar uit ιιn ………. . Het voortplanten gaat bij pantoffeldiertjes meestal heel eenvoudig. Dit pantoffeldiertje krijgt in het ………………….. een insnoering. Een paar minuten later zie je dat het diertje zich doormidden deelt. Omdat er geen ……………………………. of ………………………… nodig zijn, heet deze manier van voortplanten ongeslachtelijke voortplanting.

 

imagesCAEXLCI3

 

 

 

 

 

Dit is een inktvissensoort, een zeekat. Zeekatten zijn meesters in het veranderen van …………………. . Op een grijze zandbodem zie je hem dan nauwelijks. Geen vijand die hem vindt. Aan de zijkant heeft een zeekat  ………………….. , waar hij golvende bewegingen mee kan maken. Een zeekat gebruikt die ook om mee te ……………………. en te ………………………. . Als een zeekat een soortgenoot iets wil vertellen, krijgt zijn huid kleurige strepen of vlekken. Bij gevaar gebruikt een zeekat een heel bijzondere manier om te ontsnappen. Als een echte inktvis spuit hij een …………………………. in het water.

 

imagesCAVPYVJI

 

 

 

 

 

Een grote groep mosselen noem je een …………………………….. . Ze spoelen niet weg omdat ze vastzitten met stevige draden. Dit bewegelijke oranje ding is de ………………. . Daarmee tast een mossel zijn omgeving af en zoekt iets om zich aan vast te hechten. De mossel hecht zich vast met draden die hij zelf maakt. Al gauw zit de mossel met een hele bos draden vast. Zo'n draad heet een …………………..draad en al die draden samen noem je de ……………………………….. .

 

imagesCAR9R5LS

 

 

 

 

 

 

Een heremietkreeft leeft net als de zeeanemoon in zee. Het ……………………….. van de kreeft is niet bedekt met een hard pantser. De kreeft weet dit en zoekt een leeg ……………………………………. het achterlijf tegen vijanden te beschermen. Hierop zit een zeeanemoon. Als de heremietkreeft eet, merkt de zeeanemoon meteen dat er voedselresten ronddrijven. De anemoon spreidt zijn tentakels uit om iets van dit voedsel te pakken te krijgen. De heremietkreeft heeft voordeel van de anemoon, die haar met zijn ………………………….. tegen vijanden beschermd. Hij deelt zijn buit met de anemoon, die zelf niet achter een prooi aan kan gaan. Zo hebben beide dieren voordeel van elkaar. De heremietkreeft en de zeeanemoon leven in …………………………… .

 

images[4]

 

 

 

 

 

 

 

Midden in het web wacht deze spin op een prooi. Aan haar poten zitten ………………….. . Daarmee voelt ze het web bewegen als er een insect in is gevlogen. Ze spuit met haar kaken …………………………………… in de vlinder, die daardoor verdoofd wordt en ophoudt met spartelen. Zo kan de spin haar buit rustig inspinnen. Ze maakt er een pakje van, dat ze bewaart om later op te eten. Met haar scherpe kaken bijt ze een gaatje in het pakje. Door buisjes in de kaken komt speeksel in de ingesponnen vlinder. Dat speeksel verandert de vlinder in een ……………………………………. De hongerige spin hoeft dit alleen maar op te zuigen.

 

imagesCAK0LSLN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In het voorjaar worden lieveheersbeestjes actief. Ze zoeken naar eten en gaan zich al gauw voorplanten. Er vormen zich paren. Urenlang loopt zo paartje al etend rond. Intussen worden de ………………….. in het lichaam van het vrouwtje bevrucht. De ………………………………… worden tijdens de paring tegen elkaar gedrukt. De gele eitjes worden een voor een gelegd en op een groene plant vastgeplakt. Na een aantal dagen worden sommige eitjes donker van kleur, Kort daarna worstelt zich een klein beestje uit zo'n donker ei. Het zijn ……………………. . De larve groeit hard. Om te verpoppen hecht de larve zich vast op een blad. De ………………….. beweegt met schokjes. Binnen groeit een lieveheerbeestje. In de pop zit een kevertje, dat naar buiten probeert te komen. Het jonge ………………………… is niet oranjerood en ook zijn er nog geen stippen.

 

imagesCAQ75QLF

 

 

 

 

 

 

Je kunt zelf een huis voor een regenworm maken. Je moet dan wel eerst wormen gaan zoeken. Vul een dunne glazen bak met……………………. Eerst licht zand , goed aanstampen en dan zwarte aarde. Ook nog wat …………………….. erbij. En natuurlijk de wormen. De bak wordt dichtgemaakt zodat het net als onder de grond lekker donker wordt. Na ongeveer een …………………………. kun je zien hoe de wormen hun gangen hebben gegraven.

http://t3.gstatic.com/images?q=tbn:UiHDyd0jCHdFvM:http://home.planet.nl/~ronoffer/duiken/foto/zeeland/stekelhuidigen/zeesterren1.jpg

 

 

 

 

 

 

Het dier dat aan deze steen vast zit is een spons, en is meer dan een meter breed. Er leven zo'n 300 soorten sponzen in de Zuidelijke IJszee. Dit is een zeeslak van meer dan 30 cm lang. Deze weekdieren komen alleen voor in de Zuidelijke IJszee. Dνt is een enorme zeester. Sommige dieren in de Zuidelijke IJszee groeien maar langzaam en leven daardoor heel lang. Vergeleken met het land op de Zuidpool, vol rotsen en ijs, is de zee er heel erg kleurrijk. Alhoewel het water maar 2 graden warm is, voelen veel planten en dieren zich hier heerlijk.

 

http://t1.gstatic.com/images?q=tbn:sjw1VEGR3bkaQM:http://www.ongewoonongewerveld.nl/picture_library/gigas.jpg

Miljoenpoten hebben enorm veel pootjes. Toch hebben ze in werkelijkheid geen miljoen maar hooguit …………….. pootjes. Dat is nog steeds best veel, maar goed hardlopen kunnen ze er niet mee. Miljoenpoten behoren tot de ………………………………………... Het lijf van het dier is verdeeld in allemaal stukjes, ……………………………… genoemd. Elk stukje heeft twee pootjes aan de linkerkant en twee pootjes aan de rechterkant. Je kunt miljoenpoten vooral tegenkomen in de aarde, tussen oude bladeren, onder stenen en in rottend hout. Dit is ook de plek waar ze hun ……………………………. vinden. Ze eten graag algen en mossen.